ECLI:NL:CRVB:2010:BM3563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet voldoen aan vestigingseis en uitzonderingsregels
Appellante, geboren in Azerbeidzjan, kwam in 1999 met haar gezin naar Nederland en vroeg in 2006 een Wajong-uitkering aan vanwege volledige arbeidsongeschiktheid sinds haar kindertijd. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij niet gedurende zes jaar onmiddellijk voorafgaand aan haar zeventiende verjaardag in Nederland had gewoond, zoals vereist in artikel 10, derde lid, van de Wajong.
Appellante voerde aan dat zij als vluchteling had moeten worden erkend en dat haar asielaanvraag niet inhoudelijk was beoordeeld omdat zij een verblijfsvergunning regulier had gekregen. Tevens stelde zij dat haar situatie onder de uitzonderingscategorie gezinshereniging viel en dat het strikt toepassen van het beleid onevenredig was.
De Raad oordeelde dat appellante niet voldeed aan de vestigingseis en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van het beleid af te wijken. De situatie van appellante viel niet onder de uitzonderingscategorieën, waaronder gezinshereniging. De Raad vond geen reden om het UWV te verplichten af te wijken van het beleid en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de beleidsregels binnen redelijke grenzen worden toegepast.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Groningen. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 mei 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens niet voldoen aan de vestigingseis en geen bijzondere omstandigheden.