ECLI:NL:CRVB:2010:BM2551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning hogere schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-uitkeringszaak
Appellant, woonachtig in Spanje, kreeg in 1999 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Na bezwaar en beroep werd dit percentage uiteindelijk verhoogd naar 80 tot 100%, maar de procedure duurde aanzienlijk langer dan de redelijke termijn. De rechtbank Amsterdam had het Uwv en de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding wegens deze overschrijding, maar stelde de vergoeding te laag vast.
In hoger beroep stelde appellant dat de schadevergoeding en proceskostenvergoeding onvoldoende waren. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties in beginsel vier jaar bedraagt, waarbij de bestuurlijke fase maximaal zes maanden mag duren. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een langere termijn voor de bestuurlijke fase had aangenomen en dat de overschrijding van de redelijke termijn groter was dan door de rechtbank vastgesteld.
De Raad vernietigde het vonnis voor zover het Uwv werd veroordeeld tot een lagere schadevergoeding en stelde deze vast op € 3.000,-. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot een hogere proceskostenvergoeding van € 805,- en de Staat tot € 402,50. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 april 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verhoogt de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn tot € 3.000,- en veroordeelt het Uwv tot betaling van proceskosten.