ECLI:NL:CRVB:2010:BM1507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling berekening WW-dagloon op basis van WAO-vervolgdagloon
Betrokkene, een senior architect die wegens ziekte arbeidsongeschikt was, ontving een WAO-uitkering die later werd aangepast en uiteindelijk ingetrokken toen hij zijn werkzaamheden hervatte. Na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst vroeg betrokkene een WW-uitkering aan. Het UWV berekende het WW-dagloon op basis van het WAO-vervolgdagloon. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze berekening, maar dit werd door het UWV afgewezen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het gebruikte artikel 13, zesde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen niet toegepast mocht worden. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV het WW-dagloon correct had vastgesteld volgens het geldende wettelijke kader, waarbij het WAO-vervolgdagloon als uitgangspunt diende. De Raad verwierp het bezwaar van betrokkene dat het dagloon te ver afweek van zijn laatstverdiende salaris, mede omdat betrokkene sinds juni 2006 geen loonvormende arbeid meer had verricht. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de berekening van het WW-dagloon op basis van het WAO-vervolgdagloon wordt ongegrond verklaard.