ECLI:NL:CRVB:2010:BM1435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Correctie en vernietiging van premienota’s voor privaatrechtelijke dienstbetrekking prostituees
Appellant exploiteerde een ontspanningscentrum waar prostituees werkzaam waren in een privaatrechtelijke dienstbetrekking, waardoor hij premies sociale verzekeringen verschuldigd was over 2002-2005. Het UWV legde correctienota’s en een boetenota op, waarvan de boetenota werd ingetrokken en de correctienota’s aangepast naar brutering naar het bekendentarief.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar het UWV stelde nadere besluiten vast die de correctienota’s verder verlaagden. In hoger beroep werd vastgesteld dat de correctienota’s onjuist waren vastgesteld, mede omdat de omzetbelasting in mindering moest worden gebracht en de brutering naar het bekendentarief correct moest worden toegepast.
De Raad oordeelde dat er een gezagsrelatie bestond tussen appellant en de prostituees, voldoende voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Verder werd het beroep gegrond verklaard en de besluiten van het UWV vernietigd, met de opdracht nieuwe correctienota’s vast te stellen. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De correctienota’s van het UWV over 2002-2005 worden vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot het vaststellen van nieuwe correctienota’s en betaling van proceskosten.