ECLI:NL:CRVB:2010:BM0753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Wajong-uitkering wegens verblijf in het buitenland zonder zwaarwegende verzorgingsafhankelijkheid
Appellant, jonggehandicapte met een Wajong-uitkering, verhuisde naar Bonaire waar zijn pleegmoeder zich blijvend wilde vestigen. Het UWV beëindigde de uitkering omdat appellant buiten Nederland woonde en niet voldeed aan de woonplaatsvereiste. De rechtbank oordeelde dat er geen zwaarwegende redenen waren om de uitkering voort te zetten.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij afhankelijk was van zijn pleegmoeder en dat het woonplaatsvereiste tot ongerechtvaardigde discriminatie leidde. De Raad stelde vast dat appellant, mede op basis van medische rapporten, met enige begeleiding zelfstandig kan functioneren en niet volledig afhankelijk is van zijn pleegmoeder. Daarom is er geen noodzaak om de uitkering te exporteren.
De Raad overwoog verder dat het onderscheid tussen Wajong-uitkeringen en andere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen gerechtvaardigd is vanwege het verschil in premiebetaling en het doel van de regeling. Ook is het woonplaatsvereiste niet in strijd met internationale verdragen of het EVRM. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de uitkering blijft beëindigd.
Uitkomst: De Wajong-uitkering van appellant wordt beëindigd vanwege het ontbreken van zwaarwegende redenen voor export naar Bonaire.