ECLI:NL:CRVB:2010:BM0485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.W. Schuttel
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering wegens juiste vaststelling belastbaarheid
Appellante ontving sinds 1998 een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Na een medisch onderzoek in 2007 werd haar belastbaarheid opnieuw vastgesteld via een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het UWV trok daarop de uitkering per 18 juni 2007 in, omdat de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 25%.
Appellante maakte bezwaar en bracht medische informatie in van haar behandelaars en een door haar ingeschakelde zenuwarts, die een hogere mate van beperkingen stelde. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV pasten de FML aan, maar lieten de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische onderbouwing van de zenuwarts onvoldoende objectief was en de arbeidskundige beoordeling de geschiktheid van functies voldoende motiveerde.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen en overhandigde aanvullende medische rapporten. De Raad overwoog dat de functies medewerker bank, assistent consultatiebureau, archiefmedewerker en chauffeur personenbusje passend zijn en de belasting niet hoger is dan de belastbaarheid van appellante. De Raad vond geen reden om te twijfelen aan de juiste vaststelling van de belastbaarheid en bevestigde het besluit tot intrekking van de uitkering.
De Raad zag geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en deed de uitspraak in het openbaar op 7 april 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Wajong-uitkering wegens juiste vaststelling van de belastbaarheid.