ECLI:NL:CRVB:2010:BM0005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste berekening WIA-dagloon en vorderbaarheid loonperiode oktober-december 2003
Appellant was werkzaam bij twee werkgevers in de referteperiode voor zijn WIA-uitkering. De discussie betrof de vraag of hij recht had op loon over de periode van 1 oktober 2003 tot en met 15 december 2003 bij werkgever 2.
De rechtbank had geoordeeld dat niet aannemelijk was dat er vorderbaar loon was over deze periode. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. Uit het vonnis van de kantonrechter blijkt dat er wel een arbeidsovereenkomst was, maar dat dit niet betekent dat er recht op loon over die periode bestond. Appellant heeft niet aangetoond dat hij daadwerkelijk arbeid heeft verricht in die periode, noch dat hij zich beschikbaar hield voor werk.
Ook is niet gebleken dat appellant tijdig loon heeft gevorderd of dat een loonvordering destijds kans van slagen had. Pas in 2008 is een loonvordering ingediend. Hierdoor is het WIA-dagloon correct vastgesteld op basis van het loon over juli tot en met september 2003 bij werkgever 2 en het loon bij werkgever 1 in 2004.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de juiste berekening van het WIA-dagloon bevestigd.