ECLI:NL:CRVB:2010:BL9930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing financiële vergoeding hulp bij het huishouden wegens draagkracht echtgenoot
Betrokkene, ernstig beperkt door MS, ontving AWBZ-zorg via haar echtgenoot die zijn werkuren had verminderd om voor haar te zorgen. Het College wees een financiële vergoeding voor hulp bij het huishouden af omdat de echtgenoot in staat werd geacht dit werk te verrichten. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderzoek naar mogelijke overbelasting van de echtgenoot.
Het College stelde een nieuw besluit vast met dezelfde strekking, gebaseerd op een medisch advies dat de echtgenoot niet overbelast was. Betrokkene stelde echter dat de echtgenoot door rugklachten en een hernia niet in staat was het huishoudelijk werk te verrichten. De Raad oordeelde dat het onderzoek onvoldoende was, met name omdat geen eigen onderzoek was gedaan naar de rugklachten en de situatie van de echtgenoot.
De Raad bevestigde dat het College de compensatieplicht uit de Wmo zorgvuldig moet invullen en maatwerk moet leveren. Het beleid dat gezonde partners huishoudelijke taken overnemen is niet in strijd met de wet, maar moet in individuele gevallen worden getoetst op overbelasting. De Raad vernietigde het besluit van 16 december 2008 en besloot zelf dat betrokkene recht heeft op een financiële vergoeding voor vijf uur hulp per week over de periode 1 januari 2008 tot 18 mei 2009.
Het College werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig en volledig onderzoek naar de draagkracht van de partner bij het toekennen van voorzieningen voor hulp bij het huishouden onder de Wmo.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd en betrokkene krijgt een financiële vergoeding voor hulp bij het huishouden toegekend.