ECLI:NL:CRVB:2010:BL9712
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Weigering periodieke WUBO-uitkering wegens ontbreken oorzakelijk verband tussen oorlogsinvaliditeit en werkbeëindiging
Appellant, geboren in 1931, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Hij werd erkend op basis van psychische invaliditeit, maar de lichamelijke klachten werden niet aan het oorlogsgeweld toegerekend. De gevraagde periodieke uitkering werd geweigerd omdat zijn werkbeëindiging in 1989 als hoogleraar niet het gevolg was van zijn oorlogsinvaliditeit.
Appellant stelde dat zijn lichamelijke klachten voortvloeiden uit psychische klachten die verband hielden met zijn oorlogservaringen en dat deze klachten hem dwongen zijn werkzaamheden te beëindigen. De Raad nam medische adviezen in overweging waaruit bleek dat de lichamelijke klachten niet psychosomatisch waren maar voortkwamen uit constitutionele factoren. Hoewel psychische klachten de lichamelijke konden verergeren, was er geen bewijs dat zij de oorzaak waren.
De Raad concludeerde dat er geen objectieve medische gegevens beschikbaar waren die het standpunt van appellant ondersteunden dat zijn werkbeëindiging in 1989 verband hield met zijn psychische oorlogsinvaliditeit. Een nader medisch onderzoek werd niet opportuun geacht vanwege het lange tijdsverloop en het retrospectieve karakter. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering van de periodieke WUBO-uitkering gehandhaafd.