ECLI:NL:CRVB:2010:BL9355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv om zijn WAO-uitkering te beëindigen na een herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd ingediend op 14 januari 2008, nadat de termijn was verstreken. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en stelde dat de toezending van het primaire besluit aan de gemachtigde van appellant rechtsgeldig was.
In hoger beroep betwistte appellant deze beslissing en stelde dat zijn beperkingen onderschat waren en dat het bezwaar tijdig had moeten worden geaccepteerd. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar te laat was ingediend en dat de overschrijding niet verschoonbaar was op grond van artikel 6:11 Awb Pro.
De Raad oordeelde dat het Uwv het primaire besluit terecht aan de gemachtigde had gezonden, gelet op de samenhang tussen de beoordelingen. Hierdoor kon geen inhoudelijke beoordeling van het primaire besluit plaatsvinden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en de aangevallen uitspraak is bevestigd.