ECLI:NL:CRVB:2010:BL9352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellant heeft op 9 februari 2006 een WIA-uitkering aangevraagd na arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen en weigerde daarom de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant niet werden onderschat.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische situatie ernstiger was dan erkend, mede op basis van rapportages van zijn behandelend zenuwarts Loen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de verzekeringsartsen, waaronder psychiater Van Ittersum en bezwaarverzekeringsarts Momberg, het medisch dossier zorgvuldig hadden beoordeeld. De rapportage van Loen werd als summier en onvoldoende onderbouwd beschouwd om de eerdere conclusies te weerleggen.
De Raad concludeerde dat er geen objectieve medische gegevens waren die aantonen dat appellant de aan de schatting ten grondslag gelegde functies niet kon verrichten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen.