ECLI:NL:CRVB:2010:BL8835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande, terwijl zij volgens onderzoek van de Sociale Recherche Fryslân niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot gedurende de periode van 6 september 2005 tot en met 9 november 2006. Op basis van verklaringen, waarnemingen en getuigenverklaringen concludeerde het College dat appellante en haar echtgenoot als een gezin moesten worden beschouwd, waardoor zij geen recht had op bijstand als alleenstaande.
Het College trok de bijstand met ingang van 6 september 2005 in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat er voldoende feitelijke grondslag was voor het standpunt van het College en dat appellante in strijd met haar inlichtingenverplichting had gehandeld.
De Raad hechtte geen waarde aan latere intrekkingen van verklaringen en vond het bewijs van het niet duurzaam gescheiden leven overtuigend. De strafrechtelijke vrijspraak wegens valsheid in geschrifte deed hieraan geen afbreuk. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering worden bevestigd omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde.