ECLI:NL:CRVB:2010:BL8299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 21 oktober 2008, waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering per 10 juli 2008. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep ongegrond en verwierp het verweer dat de medische beperkingen van appellant waren onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellant dat zijn medische beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De Raad overwoog dat vaststaat dat appellant zijn werk als magazijnmedewerker niet meer kan verrichten vanwege een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken, mogelijk PDD-NOS, en lichte knieklachten. De verzekeringsarts onderschreef deze beperkingen en baseerde zijn oordeel op rapportages en informatie van de behandelend psycholoog en psychiater.
De Raad vond geen reden om aan het verzekeringsgeneeskundige oordeel te twijfelen. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geschiktheid voor andere functies was voldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep tegen afwijzing WIA-uitkering wordt verworpen en uitspraak rechtbank bevestigd.