ECLI:NL:CRVB:2010:BL8112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant viel op 30 april 2005 uit wegens psychische en lichamelijke klachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV besloot op 13 september 2007 dat appellant geen recht had op een uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit besluit werd op 26 november 2007 bevestigd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) passend was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beoordeling te laat was, dat hij volledig arbeidsongeschikt was en dat onterecht geen re-integratieplan was opgesteld. De Raad overwoog dat de beoordeling tijdig was en het medisch onderzoek niet onzorgvuldig of onvolledig was. De Raad vond geen aanleiding om de beperkingen anders te waarderen dan het UWV had gedaan en zag geen grond voor het benoemen van een deskundige.
Ook het bezwaar tegen het ontbreken van een re-integratieplan werd verworpen omdat dit niet relevant is voor de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.