ECLI:NL:CRVB:2010:BL8095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op WAZ-uitkering wegens inkomsten uit arbeid ondanks arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig zelfstandig landbouwer, werd na het staken van zijn onderneming directeur en enig aandeelhouder van een BV die samen met zijn broer een landbouwbedrijf exploiteert. Na het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid in oktober 2003 ontving hij een WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Het UWV paste echter kortingen toe op zijn uitkering over de jaren 2004, 2005 en 2006 wegens inkomsten uit arbeid, gebaseerd op een bedrag van €22.198,- dat door de belastingdienst als inkomsten uit werk en woning werd aangemerkt. Appellant voerde aan dat hij na zijn arbeidsongeschiktheid geen inkomensvormende arbeid meer verrichtte en dat de inkomsten slechts uit vermogensbeheer bestonden.
De Raad oordeelde dat appellant, ondanks het overdragen van zwaardere fysieke taken, actief betrokken bleef bij de onderneming, zich richtte op minder fysiek belastende taken en als directeur belangrijke besluiten nam. De verpachting en verhuur van onroerende zaken konden niet los worden gezien van zijn ondernemerschap. De Raad achtte het redelijk dat het UWV uitging van de door de belastingdienst vastgestelde inkomsten als loonwaarde.
Daarmee konden de bestreden besluiten standhouden en werden de aangevallen uitspraken bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De korting op de WAZ-uitkering van appellant wordt bevestigd omdat hij ondanks arbeidsongeschiktheid inkomsten uit arbeid genoot.