ECLI:NL:CRVB:2010:BL8043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste toetsing gezamenlijke huishouding
Appellante, gehuwd en moeder van een kind, kreeg bijstand toegekend naar de norm voor een alleenstaande ouder. Het College trok de bijstand over een bepaalde periode in omdat zij meende dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met haar echtgenoot en de inlichtingenverplichting had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het College een onjuiste maatstaf heeft toegepast door het criterium gezamenlijke huishouding te hanteren in plaats van te beoordelen of appellante duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, zoals vereist volgens artikel 3, tweede lid, WWB. Uit het dossier blijkt dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde in de relevante periode.
De Raad vernietigt daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht aan appellante vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.