ECLI:NL:CRVB:2010:BL7444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks nieuwe medische klachten
Appellante stelde dat haar klachten rond 5 maart 2007 zijn onderschat, mede omdat later aanvullende medische problemen werden vastgesteld die toen niet waren meegewogen. Het UWV handhaafde echter het besluit tot herziening van haar WAO-uitkering, waarbij de arbeidsongeschiktheid toen werd vastgesteld op 15 tot 25%.
De Raad baseerde zich op deskundigenonderzoek door Kemperman en Dreijer, die de belastbaarheid van appellante zorgvuldig en consistent hadden vastgesteld. Hoewel Kemperman niet alle onderdelen zelf uitvoerde, rapporteerde hij uitvoerig en controleerbaar over het onderzoek. Nadere stukken van appellante, waaronder een rapport van psychiater De Jonge, bevestigden dat er geen psychiatrische problematiek was en dat neurologische afwijkingen niet objectief konden worden vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die ten grondslag lag aan het besluit, juist was opgesteld en dat de geschiktheid van bepaalde functies binnen de belastbaarheid van appellante bleef. De latere toekenning van een Ziektewetuitkering vanwege maagdarm- en gewrichtsklachten vormde geen reden om de belastbaarheid per 5 maart 2007 te herzien. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het beroep van appellante af.