ECLI:NL:CRVB:2010:BL7331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand sinds 2003 en stond ingeschreven op een adres in Groningen. Uit onderzoek bleek dat hij niet op dat adres verbleef, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 2003-2006. Tevens werd bijstand ingetrokken met ingang van 1 september 2006. Appellant had zich ingeschreven op het adres van een ander, [M.], en diende aanvragen in voor bijstand als alleenstaande en later als gehuwde.
De Raad oordeelt dat appellant in de periode 2003-2006 niet op het opgegeven adres woonde en dat het College terecht bijstand introk en terugvorderde. Voor de periode vanaf 1 september 2006 tot 2 november 2006 vernietigt de Raad het besluit tot intrekking omdat appellant vanaf 7 oktober 2006 samen met [M.] een gezamenlijke huishouding voerde, wat niet was gemeld. Hierdoor was bijstand naar de norm voor alleenstaanden onterecht verleend.
Verder werd de aanvraag van 3 oktober 2006 voor bijstand beoordeeld als een verzoek tot terugkomen op eerdere besluiten. Voor de periode 25 oktober tot en met 1 december 2006 werd het recht op bijstand niet vastgesteld vanwege het ontbreken van bewijs van gewijzigde omstandigheden. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen, maar het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Besluiten tot intrekking en terugvordering bijstand over bepaalde periodes vernietigd wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht, verzoeken om schadevergoeding afgewezen.