ECLI:NL:CRVB:2010:BL7330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellant diende op 7 februari 2007 een aanvraag bijstand in als alleenstaande, terwijl hij samenwoonde met [M.], met wie hij in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag als gehuwd werd aangemerkt. Het College wees de aanvraag af op grond van gezamenlijke huishouding en een gezamenlijk inkomen boven de norm.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het College in het bestreden besluit een tegenstrijdige en ondeugdelijke motivering had gehanteerd door zowel artikel 3 lid 3 als Pro lid 4 WWB toe te passen zonder duidelijke onderbouwing.
De Raad vernietigde het besluit van 19 juli 2007 wegens strijd met het motiveringsbeginsel (artikel 7:12 Awb Pro), maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant en [M.] als gehuwden werden aangemerkt en samenwoonden, waardoor sprake was van gezamenlijke huishouding en appellant geen recht had op bijstand als alleenstaande.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een eenduidige en deugdelijke motivering bij besluiten over bijstand en gezamenlijke huishouding.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de afwijzing blijft in stand vanwege gezamenlijke huishouding.