ECLI:NL:CRVB:2010:BL7286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering ondanks vermoeidheidsklachten zonder objectieve medische oorzaak
Appellant, een chemisch procesoperator, viel in augustus 2003 uit vanwege vermoeidheidsklachten. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Appellant betoogde dat zijn beperkingen werden onderschat. De rechtbank benoemde een deskundige die concludeerde dat er geen objectieve lichamelijke oorzaak was voor de klachten en dat appellant geschikt was voor de aan hem voorgehouden functies.
Appellant overwoog in hoger beroep dat een rapport van het ECEM, waarin sprake was van Organisch Psycho Syndroom (OPS)/chronische toxische encefalopathie (CTE) door blootstelling aan organische oplosmiddelen, aanleiding gaf tot een andere beoordeling. Het UWV liet daarop een aanvullend onderzoek uitvoeren door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCB), dat het beeld van CTE niet bevestigde en eerder sprak van chronisch vermoeidheidssyndroom.
De Raad volgt de door de rechtbank ingeschakelde onafhankelijke deskundige en oordeelt dat het rapport van het ECEM onvoldoende basis biedt om daarvan af te wijken. Er is geen objectieve medische grond voor een urenbeperking. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.