ECLI:NL:CRVB:2010:BL7244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand om niet wegens ontbreken zeer bijzondere omstandigheden
Appellante ontving tot 1 januari 2006 een WWB-uitkering en had daarna hogere inkomsten. Het College kende haar bijzondere bijstand toe in de vorm van een geldlening voor diverse schulden, omdat de schulden niet volledig buiten haar schuld waren ontstaan. De rechtbank vernietigde een besluit van het College, maar handhaafde de rechtsgevolgen en oordeelde dat het beleid van het College om bijstand voor schulden in principe als geldlening te verstrekken, terecht is.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar schulden buiten haar schuld waren ontstaan en dat er sprake was van bijzondere omstandigheden, onder meer door haar gezondheidstoestand en die van haar kinderen. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om af te wijken van het beleid en bevestigde dat de bijstand terecht als geldlening is verstrekt.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 maart 2010.
Uitkomst: De bijzondere bijstand wordt terecht als geldlening verstrekt; het hoger beroep wordt afgewezen.