ECLI:NL:CRVB:2010:BL7160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1997 bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij met haar vriend samenwoonde, stelde het College een onderzoek in. Dit leidde tot het beëindigen van de bijstand per 1 oktober 2005 en later tot herziening en terugvordering van bijstand over de periode 1 oktober 1998 tot en met 1 november 2005.
Het College stelde vast dat aanzienlijke bedragen op een girorekening van appellante werden gestort, waarvan zij de herkomst onvoldoende aannemelijk maakte. Tevens werd vastgesteld dat appellante en haar vriend vanaf februari 2005 een gezamenlijke huishouding voerden, zonder dit te melden. Appellante voerde aan onder druk te hebben gestaan en haar slechthorendheid zou haar begrip van vragen hebben belemmerd, maar de Raad vond deze stellingen niet aannemelijk.
De Raad oordeelde dat de stortingen en rentebijschrijvingen als inkomsten van appellante moesten worden aangemerkt, en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en herzien. De terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand werd bevestigd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking, herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.