ECLI:NL:CRVB:2010:BL6917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- H.G. Rottier
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid zonder medische oorzaak van alcoholverslaving
Appellant was werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten en werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn functie. Hij had een geschiedenis van ziekteverzuim en onvoldoende functioneren, met een alcoholverslaving die niet als ziekte werd erkend. De minister verleende ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, aanhef en onder g, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp).
Appellant maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit en stelde dat eerst een medisch onderzoek had moeten plaatsvinden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontslagbesluit terecht was en dat het niet noodzakelijk was het besluit eerst in te trekken om een medisch onderzoek te verrichten. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nu bereid was tot medisch onderzoek, maar de minister wilde dit niet meer.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan in de bezwaarprocedure een volledige heroverweging kan doen en dat een medisch onderzoek alsnog kan worden verricht. De medische stukken die appellant overlegde, gaven geen aanleiding tot twijfel aan het oordeel dat er geen ziekte ten grondslag lag aan de ongeschiktheid. De alcoholverslaving werd niet als ziekte gezien, maar als gewoonte en vluchtgedrag. De Raad bevestigde daarom het ontslagbesluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd omdat de alcoholverslaving niet als ziekte wordt erkend.