ECLI:NL:CRVB:2010:BL6710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WIA-uitkering wegens ondeugdelijke motivering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 1 december 2006 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering. Bij een later besluit van 31 augustus 2007 werd appellant een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend omdat hij voor 80% arbeidsongeschikt werd verklaard met een kans op herstel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en daarom recht heeft op een IVA-uitkering. Tevens maakte hij bezwaar tegen de weigering van vergoeding van kosten voor rapporten van Instituut Psychosofia en verzocht hij om schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had onderzocht of de arbeidsongeschiktheid duurzaam was en dat het standpunt over herstel binnen 6 tot 12 maanden onvoldoende was onderbouwd. Hierdoor ontbrak het bestreden besluit aan een zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering, wat strijdig is met de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. De kosten van Instituut Psychosofia komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan specificatie.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, begroot op €1288,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €146,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen.