ECLI:NL:CRVB:2010:BL6450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste vaststelling maatmaninkomen
Appellant, werkzaam als verpleegkundige A in opleiding, kreeg een WAO-uitkering die bij herbeoordeling door het UWV per 5 februari 2007 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het geschil betrof de juiste vaststelling van het maatmaninkomen, met name of de maatmanarbeid de functie van verpleegkundige A in opleiding of een eerdere functie als verpleegkundige Z moest zijn.
De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie dat de maatmanarbeid in beginsel de laatst verrichte arbeid vóór arbeidsongeschiktheid is. Appellant stelde dat hij de opleiding tot verpleegkundige A had moeten voltooien en dat de functie van verpleegkundige Z in aanmerking moest worden genomen. De Raad oordeelde dat het speculatief is om een niet gerealiseerde toekomstverwachting te hanteren, zeker omdat appellant al bijna twee jaar werkloos was voordat hij ziek werd.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel. Ook de bezwaren tegen de hoogte van het maatmaninkomen worden verworpen omdat een wijziging daarvan niet zou leiden tot een andere indeling in arbeidsongeschiktheidsklasse. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat het UWV terecht het maatmaninkomen heeft vastgesteld op basis van de laatst verrichte arbeid.