ECLI:NL:CRVB:2010:BL6266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellanten ontvingen vanaf december 2002 bijstand op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht trok deze bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug, omdat appellant 29 auto's op zijn naam had gehad waarvan 27 waren verkocht zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, maar stelde vast dat appellanten in de transactiemaanden de inlichtingenverplichting hadden geschonden. Het College nam daarop een nieuw besluit waarin de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd over de transactiemaanden.
De Raad oordeelt dat appellanten geen aannemelijke verklaring hebben gegeven voor het grote aantal transacties, waardoor het niet aannemelijk is dat het om een hobby gaat. Door het ontbreken van controleerbare gegevens over de inkomsten uit de transacties kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigt het besluit van het College en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de transactiemaanden wordt ongegrond verklaard.