ECLI:NL:CRVB:2010:BL5977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing overlijdensuitkering wegens ontbreken gezamenlijk hoofdverblijf
Appellante verzocht om een overlijdensuitkering op grond van artikel 18 van Pro de AOW na het overlijden van betrokkene, die een AOW-pensioen voor alleenstaanden ontving. De Sociale verzekeringsbank wees dit verzoek af omdat appellante niet als echtgenote werd aangemerkt en niet aannemelijk was dat zij en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden met een gezamenlijk hoofdverblijf op de overlijdensdatum.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Appellante ging in hoger beroep tegen deze laatste bepaling. De Raad beoordeelde dat appellante de bewijslast droeg om het gezamenlijke hoofdverblijf aan te tonen.
Hoewel er sprake was van financiële verstrengeling en gezamenlijke bankrekeningen, waren de verklaringen van appellante over het hoofdverblijf niet eenduidig. De GBA-inschrijvingen toonden aan dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven. De Raad concludeerde dat appellante niet had aangetoond dat zij en betrokkene op de overlijdensdatum een gezamenlijk hoofdverblijf hadden, waardoor het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en betrokkene op diens overlijdensdatum een gezamenlijk hoofdverblijf hadden.