ECLI:NL:CRVB:2010:BL5519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens hennepkwekerij en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand en op 6 oktober 2006 werd in zijn woning een professionele hennepkwekerij met ruim vierhonderd planten aangetroffen. Het College trok de bijstand in vanaf 1 januari 2006 tot 6 oktober 2006 en legde een maatregel op voor november en december 2006 vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant betwistte de aanvang van de kwekerij en stelde dat hij pas in augustus 2006 begon met de exploitatie zonder inkomsten. De Raad oordeelde dat appellant geen concrete, verifieerbare gegevens had verstrekt en dat het bewijsrisico voor het aanvangstijdstip geheel voor zijn rekening kwam. De schatting van Eneco over de exploitatie vanaf 1 januari 2006 werd als deskundig en betrouwbaar aanvaard.
De Raad bevestigde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De maatregelverlaging werd echter ingetrokken door het College tijdens de zitting, waardoor het hoger beroep hierover slaagde. De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand bevestigd, maatregel vernietigd en College veroordeeld in proceskosten.