ECLI:NL:CRVB:2010:BL5459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand over verschillende perioden en kreeg bij besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Delft de bijstand over bepaalde maanden ingetrokken en teruggevorderd vanwege niet gemelde autotransacties. Uit gegevens van de RDW bleek dat appellant in de betreffende maanden meerdere auto's op naam had staan die kort daarna werden overgeschreven, wat duidt op op geld waardeerbare activiteiten.
De Raad oordeelt dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat het bezit en de transacties van auto's van invloed zijn op het recht op bijstand en dat hij daarom verplicht was deze feiten te melden. Het niet nakomen van deze inlichtingenverplichting vormt een rechtsgrond voor intrekking van de bijstand. Appellant slaagde er niet in aan te tonen dat hij recht had op bijstand over de betreffende maanden.
Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen en handelde volgens het beleid. De maatregel van verlaging van de bijstand werd eveneens terecht opgelegd. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.