ECLI:NL:CRVB:2010:BL5408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en redelijke termijn in AAW/WAO-procedure
Appellant, met Marokkaanse nationaliteit, stelde zich sinds 1984 arbeidsongeschikt wegens urologische en rugklachten. Diverse medische onderzoeken en rapportages, onder meer in Marokko en Nederland, concludeerden dat de klachten beperkt en van tijdelijke aard waren, waardoor geen onafgebroken arbeidsongeschiktheid van 52 weken kon worden vastgesteld. Het Uwv weigerde daarom aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen.
Na meerdere procedures bij rechtbank en Raad van Beroep, waarbij eerdere besluiten werden vernietigd en herbeoordeeld, trok het Uwv in november 2009 het besluit van juli 2007 in en stelde een nieuw besluit vast waarin appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd verklaard. De Raad oordeelde dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk als schoonmaker, mede omdat een toilet in de nabijheid aanwezig was.
Het hoger beroep tegen het nieuwe besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer had bij beoordeling van het ingetrokken besluit. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het nieuwe besluit juist waren vastgesteld. Tevens werd het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurs- en rechterlijke fase voorbereid, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 16 november 2009 wordt ongegrond verklaard.