ECLI:NL:CRVB:2010:BL5309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente
Appellant ontving sinds 1999 bijstand als alleenstaande, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme tip startte de sociale recherche een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Tijdens een verhoor op 17 november 2006 legde appellant een verklaring af waarin hij toegaf sinds eind 2002 voornamelijk bij zijn partner in een andere gemeente te verblijven.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oostflakkee trok daarop bijstand in vanaf 1 januari 2003 en vorderde de kosten van bijstand over de periode 2003-2006 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn situatie op 1 januari 2004 anders was dan in 2003, maar kon dit niet concreet onderbouwen.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant sinds 1 januari 2003 geen woonplaats meer had in de gemeente Oostflakkee. De verklaring van appellant tegenover de sociale recherche wordt als betrouwbaar en doorslaggevend beschouwd, ondanks latere intrekking. Er is geen bewijs dat de verklaring onder druk of onvrijwillig is afgelegd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand door het College worden bevestigd omdat appellant sinds 1 januari 2003 geen woonplaats meer had in de gemeente Oostflakkee.