ECLI:NL:CRVB:2010:BL5230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens niet voltooide wachttijd na herstel
Appellante ontving aanvankelijk een Ziektewet-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid per 10 januari 2005. Op 3 oktober 2005 werd zij hersteld verklaard en had sindsdien geen recht meer op deze uitkering. Zij meldde zich echter opnieuw ziek op 30 januari 2006 en vroeg op 2 januari 2007 een WIA-uitkering aan.
Het UWV wees de aanvraag af omdat appellante de vereiste wachttijd van 104 weken arbeidsongeschiktheid niet had volbracht, aangezien zij tussen 3 oktober 2005 en 30 januari 2006 als arbeidsgeschikt werd beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd bevestigd dat het UWV bevoegd is om zelfstandig de wachttijd te beoordelen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en oordeelt dat appellante op en na 3 oktober 2005 geschikt was voor arbeid en dat de wachttijd niet is voldaan. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd wegens niet voltooide wachttijd.