ECLI:NL:CRVB:2010:BL4439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en behoud rechtsgevolgen
Appellant ontving bijstand sinds 1998, laatstelijk op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Zaanstad besloot op 23 oktober 2006 de bijstand met ingang van 1 september 2006 in te trekken vanwege het beschikken over vermogen boven de vrijgestelde grens. Dit volgde op een onderzoek naar onroerend goed in Turkije, dat appellant niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de rechtbank de verkeerde wettelijke grondslag hanteerde en vernietigde de uitspraak voor zover deze de intrekking betrof. De Raad concludeerde dat appellant onroerend goed in Turkije bezit met een waarde van circa €654.637, wat het vermoeden van schending van de inlichtingenverplichting bevestigt.
Hoewel het besluit van 14 mei 2007 wegens onvoldoende motivering werd vernietigd, handhaafde de Raad de rechtsgevolgen van de intrekking omdat het College bevoegd was het besluit te nemen. Het hoger beroep tegen de opschorting van de bijstand werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer had. Het College werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege het beschikken over vermogen boven de vrijstelling.