ECLI:NL:CRVB:2010:BL4295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ongewijzigde WAO-uitkering ondanks hoger beroep
Appellant, werkzaam als taakgroepmedewerker, viel op 25 januari 2001 uit en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Op 27 februari 2007 meldde appellant zich toegenomen arbeidsongeschikt, maar het UWV stelde bij besluit van 11 oktober 2007 vast dat de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd bleef. Het bezwaar hiertegen werd op 4 april 2008 ongegrond verklaard.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische en arbeidskundige beoordeling juist en zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV zijn medische beperkingen onjuist had ingeschat, maar herhaalde slechts eerdere gronden zonder nieuwe argumenten te geven.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en wees erop dat de toekenning van een volledige WAO-uitkering per 28 januari 2009 niet relevant is voor de onderhavige procedure vanwege een ander beoordelingsmoment. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd dat de arbeidsongeschiktheid onveranderd blijft.