ECLI:NL:CRVB:2010:BL4235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na beoordeling psychische belastbaarheid administratief werk
Appellante, die als administratief medewerkster werkte, meldde zich ziek op 16 juni 2006. Het UWV beëindigde haar ziekengeld per 18 december 2006, omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar werk. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij zij zwaar woog op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts die het werk en de psychische belastbaarheid van appellante beoordeelde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij uit correspondentie mocht afleiden dat zij nog arbeidsongeschikt was, maar de Raad oordeelde dat dit berustte op een administratieve fout en geen rechtvaardigde verwachting schept.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond dat het rapport voldoende inzicht gaf in de belastende aspecten van het administratieve werk, met name psychisch. De GAF-score van 60-70 uit het behandelingsplan wijst op redelijk functioneren, wat de conclusie ondersteunt dat appellante haar psychische belastbaarheid niet overschrijdt.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft het besluit van het UWV om het ziekengeld te beëindigen ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.