ECLI:NL:CRVB:2010:BL4233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO- en ZW-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving een WAO-uitkering die werd herbeoordeeld door het UWV, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en in staat om geselecteerde functies te verrichten. Op basis hiervan werd de WAO-uitkering ingetrokken per 21 juni 2007. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische en lichamelijke klachten, waaronder een somatisatiestoornis, astma en rugklachten. De Raad oordeelde echter dat de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen adequaat hadden vastgesteld en dat de verzekeringsgeneeskundige protocollen die appellant aanvoerde niet van toepassing waren op de beoordelingsdatum.
Daarnaast werd de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 11 oktober 2007 bevestigd, omdat appellant volgens het UWV en de rechtbank in staat was om ten minste één van de geselecteerde functies te verrichten. De Raad onderschreef dit oordeel en zag geen aanleiding tot herziening. Het verzoek om aanvullend onderzoek door een psychiater, psycholoog of orthopeed werd afgewezen.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraken in beide zaken terecht zijn en bevestigde deze, waarbij tevens werd vastgesteld dat er geen gronden waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO- en ZW-uitkering na zorgvuldige beoordeling.