ECLI:NL:CRVB:2010:BL4215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering en geen recht op WIA-uitkering wegens niet doorlopen wachttijd
Appellante heeft zich op 16 augustus 2005 ziekgemeld vanwege pijnklachten en psychosociale problemen en ontving een Ziektewetuitkering. De bezwaarverzekeringsartsen hebben haar onderzocht en geconcludeerd dat zij per 20 april 2007 geschikt was voor haar functie als chrysantenplukster, waarna de ZW-uitkering is beëindigd.
Appellante voerde aan dat haar klachten niet waren verbeterd en dat het UWV ten onrechte geen deskundige had ingeschakeld. Uit medische rapporten van PsyQ bleek dat zij leed aan een somatoforme stoornis en depressie, maar de verzekeringsartsen oordeelden dat deze klachten haar niet ongeschikt maakten voor haar functie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat appellante geen nieuwe informatie had aangeleverd die twijfel aan hun oordeel rechtvaardigde. Daarnaast stelde de Raad vast dat appellante de wettelijke wachttijd van 104 weken niet had doorlopen, waardoor geen recht op een WIA-uitkering bestond.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De ZW-uitkering was terecht beëindigd en het recht op WIA-uitkering ontbrak vanwege het niet voldoen aan de wachttijdvereiste.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd en appellante heeft geen recht op WIA-uitkering wegens het niet doorlopen van de wachttijd van 104 weken.