ECLI:NL:CRVB:2010:BL4189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek enkelvoudige kinderbijslag
Appellante heeft kinderbijslag aangevraagd voor haar dochter die in Duitsland is geboren. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende enkelvoudige kinderbijslag toe vanaf het vierde kwartaal van 2004. Een verzoek om herziening van dit besluit om de kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf het derde kwartaal van 2002 toe te kennen, werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat het oorspronkelijke besluit in rechte onaantastbaar was geworden en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank zich niet had mogen beperken tot de toetsing van nieuwe feiten of omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank terecht deze toets heeft toegepast en onderschrijft de motieven van de rechtbank. De Raad benadrukt dat alle argumenten die appellante nu aanvoert, reeds tegen het oorspronkelijke besluit hadden kunnen worden ingebracht.
De Raad ziet geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt afgezien van een proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de toekenning van enkelvoudige kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2004 in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de enkelvoudige kinderbijslag wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.