ECLI:NL:CRVB:2010:BL4070

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5564 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999Art. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot

Appellante verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2006. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW ten tijde van zijn overlijden. Deze weigering werd gehandhaafd na bezwaar.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. In hoger beroep overwoog de Centrale Raad van Beroep dat de echtgenoot van appellante tot 1 januari 2000 verzekerd was op grond van een toen geldend besluit, maar dat dit artikel per die datum verviel. De echtgenoot was geïnformeerd over het vervallen van de verzekering en de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

De Raad concludeerde dat appellante geen aanspraak kan maken op de ANW-uitkering omdat haar echtgenoot niet verzekerd was. De Raad zag geen reden om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 februari 2010.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.

Uitspraak

08/5564 ANW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 augustus 2008, 07/4254 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 10 februari 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2010. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.J. Groenendaal.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) in verband met het overlijden van haar echtgenoot [in] 2006. Bij besluit van 21 juni 2007 heeft de Svb appellante een nabestaandenuitkering geweigerd op de grond dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Bij het bestreden besluit van 10 september 2007 heeft de Svb zijn besluit van 21 juni 2007 na bezwaar gehandhaafd.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. De Raad overweegt als volgt.
3.1. Appellantes echtgenoot was tot 1 januari 2000 op grond van artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 verzekerd voor de volksverzekeringen, waaronder de ANW, omdat hij naar Marokko was teruggekeerd met behoud van zijn uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Met ingang van genoemde datum is dat artikel vervallen. Voor appellantes echtgenoot bestond toen de mogelijkheid zich vrijwillig te verzekeren.
3.2. Blijkens informatie, door de Svb ingewonnen bij het GAK, is appellantes echtgenoot geïnformeerd over de beëindiging van zijn verzekering voor de ANW en is hem gewezen op de mogelijkheid zich vrijwillig te verzekeren. Hij heeft van deze mogelijkheid evenwel geen gebruik gemaakt. De Svb heeft dan ook terecht vastgesteld dat appellantes echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW, zodat appellante geen aanspraken aan die wet kan ontlenen.
3.3. Gezien het onder 3.1 en 3.2 overwogene heeft de rechtbank terecht appellantes beroep ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.
4. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en H.J. Simon als leden, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2010.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) W. Altenaar.
mm