ECLI:NL:CRVB:2010:BL3874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toepassing hardheidsclausule bij draagkrachtmeting studieschuld
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, opvolger van de IB-Groep, waarin werd bepaald dat hij vanaf 1 oktober 2007 niets hoefde te betalen ter aflossing van zijn studieschuld. De kern van het geschil betrof de ingangsdatum van de draagkrachtmeting en de toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 11.5 van de Wsf 2000.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij in de periode van 1 januari 2006 tot 10 september 2007 niet in staat was om tijdig een verzoek tot draagkrachtmeting in te dienen. Ondanks ernstige persoonlijke omstandigheden, waren er geen gronden van zeer bijzondere aard die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Appellant was sinds 1998 bekend met zijn studieschuld en de mogelijkheid tot jaarlijkse aanpassing van het termijnbedrag.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich volledig aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigt het oordeel dat de Minister terecht heeft geweigerd de hardheidsclausule toe te passen. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 februari 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd; de hardheidsclausule wordt niet toegepast.