ECLI:NL:CRVB:2010:BL3516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens niet veiliggesteld recht over vierde kwartaal 1999
Appellant, die sinds 1983 met behoud van WAO-uitkering naar Marokko was teruggekeerd, vroeg in 2003 kinderbijslag aan voor zijn kinderen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat appellant niet verzekerd was krachtens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) over het vierde kwartaal van 1999, een vereiste voor voortzetting van het recht volgens artikel 27 van Pro KB 746.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit en gaf de Svb opdracht een nieuw besluit te nemen. De Svb handhaafde de weigering in 2009, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het recht op kinderbijslag niet alleen theoretisch aanwezig moest zijn, maar ook daadwerkelijk, al dan niet met terugwerkende kracht, toegekend moest zijn over het vierde kwartaal van 1999.
Omdat appellant zijn recht niet had veiliggesteld vóór de aanvraag in 2003, kon kinderbijslag over die periode niet worden toegekend. De Raad bevestigde het nieuwe besluit van de Svb en overwoog tevens dat de procedure langer dan redelijk was geduurd, waardoor het onderzoek werd heropend voor een mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.