ECLI:NL:CRVB:2010:BL2810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en gegrondverklaring beroep tegen weigering WIA-uitkering
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 11 januari 2007 waarin haar bezwaar tegen de weigering van een WIA-uitkering ongegrond werd verklaard. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank het beroep niet op juiste wijze heeft behandeld, omdat zij een zitting heeft achterwege gelaten terwijl nieuwe gedingstukken aan het dossier werden toegevoegd zonder dat partijen na kennisname van deze stukken hun toestemming bevestigden, in strijd met artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. De zaak behoeft geen nadere behandeling door de rechtbank en wordt zonder terugwijzing afgedaan. De Raad is het eens met de rechtbank dat appellante op de datum in geschil (25 mei 2006) niet zodanige psychische beperkingen had dat zij niet in staat was arbeid te verrichten. Nieuwe medische stukken zien niet op die datum en geven geen aanleiding tot een ander oordeel. Het UWV heeft voldoende gemotiveerd dat de voor appellante geselecteerde functies passend zijn.
De Raad verwerpt het verzoek tot het inwinnen van een medisch deskundigenadvies en acht geen grond aanwezig voor een veroordeling van het UWV in de proceskosten van appellante in hoger beroep. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 februari 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond zonder terugwijzing.