ECLI:NL:CRVB:2010:BL2802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering na late melding overlijden
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen de terugvordering van te veel betaalde WAO-uitkering door het UWV. Het UWV had de uitkering ongewijzigd voortgezet tot het overlijden van betrokkene, dat pas in oktober 2007 werd gemeld, terwijl betrokkene op 29 juni 2007 was overleden. Hierdoor werd de uitkering met terugwerkende kracht beëindigd en werd een bedrag van ruim €3.600 bruto teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep van appellanten tegen deze terugvordering ongegrond verklaard. In hoger beroep voerden appellanten vergelijkbare gronden aan, maar de Raad zag geen aanleiding om anders te oordelen. De Raad benadrukte dat uit het dossier niet blijkt waarom het overlijden zo laat werd gemeld en dat er geen gerechtvaardigde verwachting op uitkering bestond, mede omdat geen overlijdensuitkering was aangevraagd.
Verder wees de Raad op de wettelijke verplichting tot terugvordering van onverschuldigde betalingen en de mogelijkheid om netto terug te vorderen als dit binnen hetzelfde belastingjaar gebeurt. Ook stelde de Raad vast dat het besluit tot beëindiging van de uitkering op 22 oktober 2007 niet meer kan worden aangevochten omdat daartegen geen rechtsmiddel was ingesteld. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.