ECLI:NL:CRVB:2010:BL2800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening WAZ-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV tot toekenning van een WAZ-uitkering met ingang van 20 december 2004, waarbij een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% werd vastgesteld. Na vernietiging van het eerdere besluit door de rechtbank Middelburg werd het bezwaar gegrond verklaard en de uitkering toegekend.
Appellant verzocht vervolgens om terug te komen van dit besluit, stellende dat er evidente gebreken waren en dat het UWV in redelijkheid geen gebruik had kunnen maken van de bevoegdheid om het besluit niet te herzien. Tevens voerde appellant aan dat het UWV ten onrechte geen onderscheid had gemaakt tussen verleden en toekomst bij deze duuraanspraak.
De Raad oordeelt dat het verzoek tot herziening terecht is afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Ook is het oordeel van het UWV dat geen onderscheid gemaakt hoeft te worden tussen verleden en toekomst bij duuraanspraken juist. De Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit tot toekenning van een WAZ-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.