ECLI:NL:CRVB:2010:BL1148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M. Greebe
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige beoordeling medische en arbeidskundige aspecten
Appellante, die sinds 1999 arbeidsongeschikt was verklaard wegens psychische klachten, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken per 22 februari 2006 omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV onder de 15% was gedaald. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond na een deskundigenrapport van psychiater Thomassen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het psychiatrisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat haar behandelaars een ernstiger diagnose stelden en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) niet correct was toegepast. Tevens stelde zij dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege haar beperkingen.
De Raad oordeelde dat het psychiatrisch onderzoek zorgvuldig en inzichtelijk was uitgevoerd, waarbij ook de bevindingen van de huisarts en PsyQ waren betrokken. De Raad volgde de deskundige in zijn oordeel dat geen aanscherping van de FML noodzakelijk was. Ten aanzien van de arbeidskundige functies stelde de Raad vast dat twee functies niet passend waren vanwege nachtdiensten, en dat voor de functie productiemedewerker industrie onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat appellante aan de ervaringseis voldeed. De overige functies achtte de Raad medisch passend.
De Raad concludeerde dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg en bevestigde daarmee het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldige beoordeling van medische en arbeidskundige aspecten.