ECLI:NL:CRVB:2010:BL1146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WWB-bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving van 5 mei 2004 tot en met 13 augustus 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Hij gaf op dat hij woonachtig was op een bepaald adres binnen de gemeente, maar dit bleek onjuist. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellant niet aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onder druk van zijn toenmalige partner handelde en geen profijt had gehad van de bijstand. De Raad oordeelde dat appellant niet had betwist dat hij niet woonachtig was in de gemeente en dat hij daarmee de inlichtingenplicht had geschonden.
De Raad stelde vast dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en de kosten had teruggevorderd op grond van de WWB. Er waren geen bijzondere of dringende omstandigheden die het College hadden moeten weerhouden van deze maatregelen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.