ECLI:NL:CRVB:2010:BL0860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische klachten en verslaving
Appellant, voormalig varkensslachter, ontving sinds 1989 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. In 2006 werd hij herbeoordeeld volgens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en vastgesteld dat hij arbeid kon verrichten met een verlies aan verdiencapaciteit van 30,24%, waarop het UWV zijn uitkering herzag naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten en verslaving aan alcohol en drugs onvoldoende waren meegewogen, en dat de beperkingen onjuist waren vastgesteld. Hij stelde dat hij geen benutbare mogelijkheden had en dat de voorgehouden functies ongeschikt waren vanwege taalproblemen en fysieke beperkingen.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling adequaat en zorgvuldig was uitgevoerd. De bezwaarverzekeringsarts had uitgebreid gemotiveerd waarom de beperkingen juist waren vastgesteld, waarbij verslaving niet als ziekte werd aangemerkt. De arbeidsdeskundige stelde dat taalvaardigheid op basaal niveau volstond en dat appellant dit niveau binnen zes maanden kon bereiken.
De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen grond voor een verdere beperking van de arbeidsongeschiktheid, en het UWV hoefde niet in de proceskosten van appellant te worden veroordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.