ECLI:NL:CRVB:2010:BL0829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing geschiktheid functies
Appellant, eigenaar van een afhaal- en bezorgservice, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval. Het Uwv weigerde de uitkering op grond van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die beperkingen vaststelde, waaronder het niet kunnen verrichten van zwaar fysiek werk en beperkingen in schroefbewegingen en tillen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad vernietigde in een eerdere uitspraak het besluit van het Uwv vanwege onvoldoende toelichting op de geschiktheid van de voorgehouden functies. Na nadere rapportages en toelichtingen van arbeidsdeskundigen en een verzekeringsarts, oordeelde de Raad dat de functies nu voldoende waren toegelicht en binnen de beperkingen van appellant vielen.
De Raad concludeerde dat appellant geen specifieke beperkingen ondervindt bij het maken van schroefbewegingen, behalve dat deze niet de hele dag kunnen worden verricht, en dat het tillen van voorwerpen tot 5 kg binnen zijn mogelijkheden ligt. De bezwaararbeidsdeskundige lichtte toe dat de belasting van de functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt.
Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad gaf tevens een nadere uitleg over de vereiste afwisseling van houding bij het werk, waarmee werd voldaan aan de voorwaarden van de FML.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat de geschiktheid van de voorgehouden functies voldoende is toegelicht en binnen de beperkingen van appellant valt.