ECLI:NL:CRVB:2010:BL0802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering per 24 juli 1992 wegens onherroepelijke eerdere beslissing
Appellante verzocht het UWV om een WAO-uitkering met ingang van 24 juli 1992 toe te kennen. Het UWV wees deze aanvraag af omdat de rechtsvoorganger van het UWV haar reeds in 1992 per ongedateerde brief had geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen, en appellante hiertegen niet in bezwaar was gekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde vast dat appellante sinds 1991 arbeidsongeschikt was en dat zij in 1992 een WW-uitkering had aangevraagd. De ongedateerde brief van de BVG maakte duidelijk dat appellante geen aanspraak kon maken op een WAO-uitkering per 24 juli 1992 vanwege haar WW-aanvraag.
De Centrale Raad oordeelde dat de eerdere beslissing, hoewel ambtshalve genomen en ongedateerd, rechtens onherroepelijk vaststaat omdat appellante destijds geen bezwaar heeft gemaakt. De aanvraag van appellante in 2008 kon daarom niet leiden tot toekenning van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WAO-uitkering per 24 juli 1992 wordt bevestigd.