ECLI:NL:CRVB:2010:BL0800

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-3950 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlaging WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek

Appellant, die sinds 1989 wegens lage rugklachten arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 25-35%. Deze werd in 2000 verhoogd naar 80-100% vanwege toegenomen klachten. Op 4 december 2007 vond een heronderzoek plaats waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opstelden, waaruit bleek dat appellant rugsparende arbeid kon verrichten met een loonverlies van circa 33%.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verlaagde daarop de WAO-uitkering per 25 juni 2008 naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat hij meer beperkingen had dan de FML aangaf en dat de functies zwaarder belastend waren dan toegestaan.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vastgestelde beperkingen en loonverlies. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.

Uitspraak

09/3950 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 9 juni 2009, 08/815 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 26 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant stelde mr. J. Heek van SRK Rechtsbijstand, hoger beroep in.
Het Uwv voerde verweer.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 15 december 2009, waar het Uwv zich liet vertegenwoordigen door J. van Dalfsen en mr. Heek namens appellant verscheen.
II. OVERWEGINGEN
1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 21 augustus 2008 ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en waarbij het Uwv het bezwaar van appellant tegen zijn besluit van 24 april 2008 ongegrond verklaart. Met het besluit van 24 april 2008 verlaagde het Uwv de WAO-uitkering van appellant per 25 juni 2008 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%.
2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
3.1. De Raad gaat uit van de volgende, tussen partijen niet bestreden, feiten.
3.2. Met ingang van 19 mei 1989 staakte appellant zijn werk als productiemedewerker vanwege lage rugklachten. Het Uwv kende hem per 18 mei 1990 een WAO-uitkering toe naar een arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Hieraan lag ten grondslag dat appellant zijn eigen werk om medische redenen niet langer kan verrichten, maar wel rugsparende arbeid kan verrichten.
3.3. Sinds 3 april 2000 is de WAO-uitkering van appellant in verband met toegenomen klachten verhoogd naar een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
3.4. Op 4 december 2007 deed de verzekeringsarts heronderzoek. Hij concludeerde dat appellant is aangewezen op rug- en kniesparende arbeid en stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op. Aan de hand van die FML selecteerde de arbeidsdeskundige vier functies met een belasting binnen de grenzen van de FML. De arbeidsdeskundige heeft het loonverlies becijferd op ongeveer 33%.
3.5. De bezwaarverzekeringsarts verkreeg tijdens de bezwaarprocedure informatie van de appellant behandelende revalidatiearts. De bezwaarverzekeringsarts is het eens met de door de verzekeringsarts opgestelde FML.
4. In hoger beroep herhaalt appellant dat hij meer beperkingen heeft dan blijkt uit de FML en hij herhaalt ook zijn gespecificeerde stelling dat de belasting in de functies de grenzen van de FML overtreft.
5. De Raad kan zich volledig vinden in de verwerping van de beroepsgronden door de rechtbank. Daaraan valt niets toe te voegen.
6. Het hoger beroep slaagt niet. De Raad ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2010.
(get.) R.C. Stam.
(get.) T.J. van der Torn.
KR