ECLI:NL:CRVB:2010:BL0800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, die sinds 1989 wegens lage rugklachten arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 25-35%. Deze werd in 2000 verhoogd naar 80-100% vanwege toegenomen klachten. Op 4 december 2007 vond een heronderzoek plaats waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opstelden, waaruit bleek dat appellant rugsparende arbeid kon verrichten met een loonverlies van circa 33%.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verlaagde daarop de WAO-uitkering per 25 juni 2008 naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat hij meer beperkingen had dan de FML aangaf en dat de functies zwaarder belastend waren dan toegestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vastgestelde beperkingen en loonverlies. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.